|
“Op de straat krijg je altijd terug wat je geeft” Binnen Werken aan de Stad is het van belang om met een allesomvattende blik naar een complex, buurt of wijk te kijken. Ton Huiskens, mede-eigenaar van WadS, maakt veel duidelijk aan de hand van metaforen: “Wij van Werken aan de Stad gaan spreekwoordelijk op onze hurken zitten om naar de buurt te kijken. Dan zie je veel meer dan alleen van bovenaf. Kijk naar de papiertjes op de straat: is het een snoeppapiertje of drugspapiertje? Welke ogenschijnlijk kleine bewegingen vinden er plaats? Daarom gaan we bij een quick scan van elk project eerst een tijd in een huurwoning van de corporatie in die buurt wonen. Zodat we horen wie er ’s avonds lawaai maakt, waar er wordt gedeald en door wie, of de vuilniswagen inderdaad veel te laat komt en wie er afval van het balkon gooit. Wanneer je er écht woont, kun je bij buren over de heg hangen en vertrouwen opbouwen met de mensen in de buurt. Pas dan kun je de werkelijke problemen in kaart gaan brengen.”
Medeverantwoordelijke bewoners
Ton vindt dat bewoners geen woonconsumenten zijn, maar woonproducenten. Dus zijn ze medeverantwoordelijk voor alles wat er in de buurt gebeurt. “Wonen zit voor een groot deel tussen je oren. Je woont niet alleen zelf, ook een buurman werkt mee aan jouw woonbeleving, en een huisbaas kan daarin steun leveren. Wie niet zo rijk is heeft helaas meer kans om naast buren te wonen die hun verantwoordelijkheid niet zo nauw nemen. Dan kan het leven heel hard werken worden!”
Niet zelf helpen maar aansporen
Als je leuk met je buren omgaat, leef je plezieriger. Dus is het voor bewoners in hun eigen belang als zij energie steken in de mensen om hen heen. Ton: “En naarmate je als bewoner minder wilt doen, moet je meer spreekwoordelijke servicekosten betalen. Als organisatie moet je er voor oppassen bewoners zelf te gaan helpen. Spoor ze aan om zelf meer te gaan doen en sámen meer te doen.” Niet iedereen heeft echter dezelfde ideeën over plezierig wonen. “Een Antilliaan heeft het erg naar zijn zin als hij in de zomer ’s avonds om elf uur gezellig wat muziek kan maken en zijn parkiet buiten kan zetten. Daar denkt zijn Hollandse buurvrouw met drie kleine kinderen dan anders over. Dan moet je dat echt eerst goed gaan uitleggen.”
Niemand is kansarm
In veel buurten is de trots op de wijk of straat verdwenen. “Mensen vegen hun eigen straatje niet meer. Vaak klagen ze over andere culturen. Maar stel dat Maxima daar zou komen wonen, zou je dan de straat vegen? Zo ja, is Maxima zo anders dan Fatima?” Belangrijk is mensen bewust te maken van de eigen keus die ze hebben. “Iedereen krijgt kansen. Niemand is echt kansarm in Nederland. Maar mensen kun je niet emanciperen als je op ze neerkijkt. Als je naar beneden kijkt, gaat die ander zijn hand ophouden. Dan ontstaat er een gevoel van onmacht. Veel mensen voelen zich alsof ze alleen aan het overleven zijn. Mensen aan de ‘onderkant’ van onze maatschappij zoeken vaak wanhopig naar woorden om de ‘bovenkant’ duidelijk te maken hoe ze zich voelen. Luister naar wat ze echt zoeken en geef ze inzicht in hun kansen!”
Benadering en aanpak
De aanpak van Werken in de Stad reikt veel verder dan het gemiddelde opbouwwerk. “Onze mensen zijn ingenieur en doctorandus en kijken met een totaal andere en ruimere blik naar de wijk. Ja, daar hangt ook een ander prijskaartje aan. Maar uiteindelijk ook een totaal ander resultaat. Wij maken buurtbewoners niet afhankelijk van ons. Als wij klaar zijn in een wijk, kunnen de mensen het daar zelf doen.” Veel partijen in Nederland hebben getracht de aanpak van Werken aan de Stad te kopiëren. “Je kunt onze benadering kopiëren, maar ook wij moeten onze aanpak telkens opnieuw uitvinden. En die aanpak ligt op verschillende niveaus.” Ton geeft het voorbeeld van het verschil tussen de inzet van sport en recreatie. “Sport is een vorm van ambitie, recreatie is een vorm van ontspanning. Als je sportwedstrijden gaat uitzetten, kan er iets ontvlammen wat je niet beoogt. Maar ga je met z’n allen rolschaatsen, dan ontstaat er een samenhang en gezelligheid. Daar moet je je in probleemwijken goed van bewust zijn.”
Beschaafd, respectvol en vriendelijk
Ton benadrukt dat het in wijken nu niet meer alleen om schoon en veilig gaat, maar ook om beschaafd, respectvol en vriendelijk: “Je moet beginnen met een strenge doch rechtvaardige aanpak door de harde ondergrens duidelijk te maken. Daarna kun je pas naar veiligheid werken. Vervolgens kun je samen verzachten naar vriendelijkheid. Daarvoor moet je een strategie uitzetten in de buurt of in het wooncomplex op verschillende lagen tegelijk. Daarom trainen we allerlei organisaties die samenwerken in een wijk om de problemen op te lossen. We laten ze daarbij altijd de consequenties zien van hun eigen daden. Want op de straat krijg je altijd terug wat je geeft.”
|