| |
“Nauw samenwerken in de breedte en de diepte”
Werken aan de Stad werkt in vele Nederlandse wijken tegelijkertijd. Van de Oleanderbuurt in Rotterdam tot de Molenbuurt in Almere, van Graan voor Visch in Hoofddorp tot Woensel-West in Eindhoven. Met een team van vier mensen beweegt WadS zich van strategisch niveau tot uitvoerend niveau. Van verkorte quickscan tot de opstelling en uitvoering van plan van aanpak. Ergül Kaygun is eindverantwoordelijk als algemeen directeur.
“We werken vaak op diagonale wijze door de gemeente en organisaties heen”, legt Ergül uit. “Samen met lokale overheden, bewoners, ondernemers, instellingen, verenigingen, et cetera werken we aan een gezamenlijk doel. Dat leggen we bijvoorbeeld vast in een plan van aanpak dat door iedereen gedragen en ondertekend wordt. Wij krijgen op basis daarvan een aantal mandaten waardoor we slagvaardig kunnen werken. Voordat we gezamenlijk zo’n contract ondertekenen, hebben we vanuit WadS een quick scan gedaan, een diepgaande analyse gemaakt en een plan van aanpak ontwikkeld waarin alle betrokkenen zich kunnen vinden. Maar dan zijn de problemen, doelen, rollen, taken, outcome en output ook glashelder gemaakt en kunnen we echt aan de slag met floormanagement of wijkregie.”
Begeleiding en training
Naast floormanagement, wijkregie en directievoering begeleidt Werken aan de Stad corporaties en andere organisaties in de wijken. Ergül: “De ene keer help je om de werkwijze goed te implementeren, de andere keer help je via interim management of juist met scholing en training. Als we in een wijk gaan samenwerken met tal van instellingen bieden wij een training of workshop aan om alle partners mee te nemen in enerzijds de werkwijze en anderzijds de vereiste samenwerking. De training of workshop wordt vanuit een zekere basis telkens op maat aangepast. We trainen dan samen om aan het doel te werken en leren elkaar inzien hoe en waar de grenzen van jezelf en de anderen liggen. En als een project van een organisatie niet helemaal goed loopt, kunnen we via een projectanalyse de medewerkers op onderdelen coachen of de werkwijze begeleiden. Verder hebben wij een opleiding opgezet voor buurtbeheerders die onze werkwijze willen implementeren in hun eigen aanpak.”
Heel, schoon en veilig
In vrijwel alle achterstandswijken en verarmde buurten in Nederland wordt gewerkt aan fysieke vernieuwing. Inmiddels is men er in heel Nederland van doordrongen dat een fysieke aanpak zónder sociale aanpak niet echt tot verandering leidt. Toen Werken aan de Stad het concept floormanagement invoerde, werden de begrippen ‘fysiek en sociaal’ nog lang niet in één adem genoemd. In de afgelopen jaren is daar gelukkig veel verandering in gekomen..
Verantwoordelijkheid nemen
Soms richt Werken aan de Stad zich op een hele wijk of buurt, soms op een flat of wooncomplex. “Leefbaar, schoon, vernieuwde trots, emancipatie, eigenwaarde, onderwijs, werk, zorg, dienstbaarheid, waarden en normen en ondergrenzen vaststellen zijn terugkerende thema’s. We weten uit brede ervaring hoe we daarvoor draagvlak kunnen creëren. Maar wát het doel ook is, we zorgen er altijd voor dat de mensen zelf hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Wij zijn niet degenen die in een gat springen en het dan wel even oplossen. Als een partij zijn verantwoordelijkheid niet neemt, maken we het gat duidelijk zichtbaar inclusief consequenties. Maar we proberen er niet zelf in te springen, hoewel de verleiding vaak heel groot is. Onze aanwezigheid in de wijken is altijd tijdelijk. Daarom moet je een wijk, inclusief instellingen en bewoners, zelf leren de kwaliteit te handhaven die is neergezet.”
Doelgericht samenwerken
Soms is een cultuuromslag nodig, zoals in Duindorp in Scheveningen. En soms moet er hard worden gewerkt aan een vernieuwde samenhang. “Wanneer er met tal van activiteiten langs elkaar wordt heen gewerkt, worden mensen en instellingen geslachtofferd. Dat komt omdat die mensen niet in hun eigen kracht komen”, legt Ergül uit. “Daarom gaan wij, als wij binnenkomen, niet uit van de activiteiten en instellingen die er al zijn, maar van de doelen die bereikt moeten worden om het verschil te maken. Pas daarna bekijken we wie wij daar allemaal bij willen betrekken. Ja, dat kan voor sommigen heel bedreigend zijn. Maar gemeenten en woningcorporaties zijn er niet op uit om mensen gezellig bezig te houden. Het moet wel ergens naartoe gaan!”
|
|
|