|
“Je lost sociale problemen niet op door een gebouw te veranderen,” aldus Fred Bergwerff, floormanager in de Peperklip en adviseur bij Werken aan de Stad. Het karakteristieke en vernieuwende element in de sociale aanpak van de Peperklip was dat floormanager Bergwerff eerst, om een beeld te krijgen van het leven en de problemen in het wooncomplex, een maand lang in een kale portiekwoning middenin de Peperklip woonde. Hij begaf zich op alle denkbare tijdstippen in de portieken en op straat. Bergwerff noteerde hoe laat het vuilnis werd opgehaald, hoeveel afval de vuilniswagen achterliet, wie ’s avonds over straat liep, welke geluiden je hoorde, en waar het vuil naar beneden kwam. Op deze manier kon een goede analyse van de problematiek worden gemaakt en een aanpak worden ontwikkeld die daarop aansluit. Zijn belangrijkste conclusies: “Iedereen die zich met de Peperklip bezighoudt, werkt óm de bewoners heen” en “Je moet een ondergrens definiëren en die keihard handhaven.”
Beheerscenario
De observaties leidden tot een beheerscenario waarin bewonersemancipatie centraal stond. Alle investeringen werden gericht op het realiseren van een op emancipatie gericht woonmilieu, waarin bewoners ook zelf verantwoordelijk konden zijn. Vervolgens werd het scenario uitgewerkt in een plan met verbeterpunten. Daarbij waren de uitgewerkte sociale doelstellingen op het terrein van emancipatie en schoon, heel en veilig doorslaggevend.
Carte blanche
Voordat floormanager Bergwerff in de Peperklip aan de slag ging, greep opdrachtgever Woningcorporatie Vestia rigoureus in door al haar medewerkers die in de Peperklip werkten weg te halen en het welzijnswerk de deur te wijzen. De floormanager kreeg min of meer carte blanche om de ‘sociale herovering’ vorm te geven. Het eerste tastbare was het opknappen en afsluiten van de garageboxen. Ieder portiek en iedere kelderboxingang kreeg een unieke sleutel, zodat alleen de bewoners er toegang toe hebben. Een beperkt aantal probleemhuurders werd uit hun huizen geprocedeerd. Een schimmige pizzeria werd voor een half jaar gesloten, de liften werden opgeknapt en bekleed met traanplaat tegen het urineren (op deze stalen plaat spat de urine op). Verder werden strenge regels ingevoerd voor huisvuil en het laten slingeren van spullen in de portieken. Lopende dit proces werd een dag voor de bewoners georganiseerd in het nabij gelegen Albedacollege: de Peperklipdag. Bewoners van 22 portieken werden uitgenodigd om met medewerkers van Vestia te spreken. Alle bewoners werden persoonlijk benaderd. Het resultaat was de aanstelling van 25 nieuwe portiekcontactpersonen.
Regie
De floormanager kreeg als regisseur de verantwoordelijkheid voor het behalen van de resultaten. Op uitvoerend niveau werkte hij samen met de huismeester, de buurtagent en de beheerconsulent. Hij koppelde voortdurend terug naar het strategisch niveau van de corporatie en deelgemeente. Bergwerff voerde de regie zonder de verantwoordelijkheden van het bestaande apparaat over te nemen. Met uitvoerders werd geanalyseerd wat nodig was en vervolgens werden de oplossingen ‘besteld’ bij het strategisch niveau.
Aanpak overgenomen
Vestia nam in 2004, nadat het een jaar lang de aanpak intensief had gevolgd, de gevolgde werkwijze van floormanagement van Werken aan de Stad over. Om ervoor te zorgen dat de floormanager op termijn misbaar wordt, werden bewoners betrokken en zo mogelijk verantwoordelijk gemaakt. Het aantal professionals kon hierdoor zo klein mogelijk worden gehouden. Inmiddels is de cultuur in de Peperklip zo verbeterd dat de bewoners zelf in staat zijn opnieuw afglijden te voorkomen. Wegens het succes van de floormanager heeft Vestia nu besloten om een functie van floormanager te behouden.
|